Uit Denderhautem naar Amerika door A. Tom

Artikels in “De Werkman” (Tolk der Kristene Volkspartij – Vlaamsche Front P.V.N.)

3/05/1923-06/06/1923

In gansch het arrondissement Aalst is het gekend, dat Denderhautem sedert vele jaren aan de spits staat voor het leveren van uitwijkelingen naar Noord-Amerika en Canada. Het begin en de oorsprong dier uitwijking, met nadere beschrijving erbij, zal hoop ik, aangenaam zijn aan de lezers van “De Werkman”. In de jaren 80 woonde hier op de wijk Stichelen zekere Kamiel D’Haem met vrouw en kinderen op de hofstede waar nu Jozef Provoost verblijft. D’Haem was afkomstig van Erembodegem (Terjoden) en zijne vrouw van Nieuwerkerken. Hij was slachter en schrijnwerker van stiel, maar het was als duivenliefhebber dat hij heinde en verre gekend was. Uren ver ging hij spelen, tot zelfs in Mechelen, hetgene zeldzaam was in dien tijd dat er nog geen spraak was van constateurs, enz. Van overal kwam hij met de dikke prijzen thuis, maar ik moet zeggen dat hij er niet rijk bij wierd, want met al die overwinningen werd er gewoonlijk wat te straf gefeest en feesten kost geld. Ervaren en avontuurlijk van aard als hij was, ging hij het geluk zoeken naar Amerika en liet de vrouw met hare zes kleine jongens hier, met het inzicht ze later te doen opkomen. Hij vertrok dus de eerste maal in 1888. Hij keerde terug in 1891 en moest ginder goede zaken hebben gemaakt, want na eenige maanden hier verbleven te hebben, maakte hij zich gereed om nogmaals te vertrekken. ’t Is toen dat de kiem gelegd wierd der groote beweging van den trek naar Amerika. Al wie de gelegenheid had, deed gaarne een praatje met D’Haem, en bijzonderlijk de jongelingen van ’t gebuurte en omliggende kwamen in massa naar zijn huis, om uit zijnen eigen mond al het wondere en schoone te vernemen over de nieuwe wereld. Velen waren als betooverd van geestdrift en besloten zonder vrees den stap in het onbekende te wagen en de aanstaande reis mede te maken.  In de lente van 1891 vertrok dus D’Haem als leider der expeditie met een 25-tal mannen, waaronder 13 van Denderhautem. De overigen waren van Kerkxken en Haaltert. Hedendaags gaat een vertrek naar Amerika ongemerkt voorbij, maar te dien tijde wekte zulks de algemeene aandacht. Met honderden personen kwamen dien dag naar Dries en Stichelen, om die koene mannen te komen zien en toejuichen, wanneer zij per kamion naar de statie van Haaltert reden, gezeten te midden van al hunne pakken en reisbenoodigheden. Uit dat eerste convooi houdt een jongeling van den Dries, die toen 21 jaren telde, het rekord van de langste afwezigheid. Het is Frans De Luyck, die zoo het schijnt ten huidigen dage nog als kloeke jongman van 52 jaren, verblijft in Vancouver B.C. Canada. Dat kan nog tellen.Moest Frans eens naar België komen, hij zou voorzeker aardig opkijken en hier op den Dries nog weinig in zijnen staat van vroeger vinden. Eens dus dat die groep in Amerika was aangekomen, had er reeds den 2den of 3den dag een bizonder voorval plaats dat zeer nadeelig inwerkte op den geest der nieuwe aankomenden. Hun leider, namelijk C. D’Haem, was plotseling uit hun midden en de jongens hebben nooit geweten langs welk straatje hij zoowel mocht weggeflinkt zijn. Daar bevonden zij zich nu opeens zonder leider en niemand onder hen kende een woord van de Engelsche taal, de taal van het land. Ze moesten natuurlijk scheiden en verspreiden zich in 2 e, 3 om naar werk te zoeken, want ze waren niet voorzien van het noodige geld om het al wandelen lang uit te houden. Hedendaags zou men recht naar Detroit (Michigan) trekken, met de zekerheid van er kennis en werk te vinden, maar te dien tijde was Detroit niet gekend door ons volk. Allen hebben dan ook veel onderstaan in hun eerste jaar en zwarte sneeuw gezien, tot dat ze wat begrijp hadden van de taal, zeden en gewoonten van het nieuwe land. Toch onderstonden allen met veel moed dat eerste proefjaar ondanks alles wat ze te verduren hadden en bleven eenige jaren in Amerika. Verscheidene onder hen zijn zelfs na eenige jaren ginder verbleven te hebben, naar België gekomen en weerom vertrokken. Een eerste bewijs dus dat ze ginder betrekkelijk goede zaken hadden gedaan. Dat waren dus de pioniers, de baanbrekers van het verre Amerika, waar zoovelen onzer volkskinderen toe geroepen waren. Van het oogenblik dat er ginder een vijftiental een bestaan hadden, en van de ruwe schors der onwetendheid over Amerikaansche toestanden ontdaan waren, wierd er van ginder naar het gemeentedorp geschreven, vrienden en familieleden ingelicht, en de kiem van uitwijking welde ras op tot een weelderige plant. Hedendaags mag men gerust schatten dat er 500 inwoners, ’t zij een tiende onzer bevolking in Amerika verblijven. Af en toe komen er na eenige jaren afwezigheid hier aan, en altijd ook vertrekken er nieuwe. Jaar in en jaar uit gaat de korrespondentie haren gang tusschen Denderhautem en de nieuwe wereld. En wat gaan ze ginder doen? En waar zitten ze daar meest? Men kan ze rangschikken en aanwijzen in de drie groote centers, Detroit, Californië, en Britisch Columbie (Canada).

DETROIT. Over deze stad moet ik wat meer uitleg geven, aangezien Detroit hier in Denderhautem meer vernoemd wordt dan Antwerpen. Detroit, zooals de benaming aanduidt, is door de Franschen gesticht in 1764, en bleef lange jaren een gewoon eenvoudig dorp. De oude menschen van dien tijd spreken nu nog van hunnen jongen tijd, toen het nog een klein stadje was, omgeven met moerassen en gemeenen grond. Het is maar van over 40 jaren dat de stad haar snelle uitbreiding kreeg, en bizonderlijk sedert 1910. De volksoptelling (census) van 1910 gaf aan de stad eene bevolking van 465.766 inwoners, en nu ten huidige dage bedraagt het 1.200.000 1 miljoen 2 honderd duizend. Denderhautem komt in die bevolking tusschen met 300 zijner volkskinderen. Als de zaken normaal marcheeren is daar altijd werk te bekomen, aangezien er 1.600 fabrieken (zonder de kleine) in werking zijn. De fabriekswerkers alleen zijn 350 duizend in getal. Dan hebt ge nog groote fabrieken waar men allerhande stoven maakt, alsook de groote fabrieken van medicijnen, en snij- en werktuigen voor de beeldkunde zooals Larke Davis C° eene der voornaamste in dien aard, waar mijn goede vriend en correspondent J. B. langen tijd heeft gewerkt. Voor de autofabrikatie noemen wij in de eerste plaats Henri Ford de miliardair die voor zijn paart er jaarlijks zoowat 1.325.000 autos vervaardigt. En die man zijn huishouden bedraagt een enkel kind, de zoon Edsel Ford. In Manchester (Engeland) heeft Ford nog een fabriek in werking, waar er 15.000 ’s jaars worden gemaakt. Evenzoo heeft hij fabrieken in Ontario (Canada) en elders. Hij heeft nu ook onlangs eenige mannen zijn personeel naar China gestuurd om daar aan 100 jonge Chinezen, die op Amerikaanschen grond geboren zijn, het noodige technisch onderricht te geven en er vervolgens zijn plan van fabrikatie en handel uit te voeren. Buiten Ford hebt ge nog vele andere autofabrikanten in Detroit die van tel zijn en duizenden werklieden bezigen, zooals Dodge Brothers, Packard, Cadillac, Studebaker, enz. In Amerika gaat alles praktisch en ook zeer snel, want ze weten de spreuk “times is money” goed toe te passen, en in hun handel en wandel zeggen ze altijd “business First”, zaken vooraf. Edelmoedigheid en liefdadigheid wordt er zeer beoefend en ondanks al de weelde bestaat er groote vrijheid. Moest ge ginder aan die menschen uitleggen hoe het hier gaat in België, dat bijvoorbeeld in Denderhautem Peer zijn land is opgezegd met Kerstmis, omdat zijn zoon Frans muzikant blijft bij de demokraten; dat Gust in de beet staat, omdat hij bij M. Pauwels te doktoren gaat; en andere dozijnen kleingeestigheden meer, z’en zouden dat niet kunnen begrijpen en zulke slavernij betreuren.   Sedert  5 jaren doet men in Detroit alle jaren voor den winter eene omhaling ten bate van alle slag van noodlijdenden waarvan ook immigranten die in nood zijn, genieten. Dat gaat zoo; De burgemeester, Mr James Couzens, hangt plakbrieven op de muren der stad waarin hij een oproep doet tot zijne stadsgenooten, om elk naar zijn vermogen bij te dragen in dat edel werk van naastenliefde. Er wordt bepaald dat men gaarne zooals alle jaren 2,500,000 dollars zou bijeenkrijgen; 33 goede sprekers worden uitgezonden om gansch de stad door in geschikte lokalen, de zaak uit te leggen aan het volk. Veelal wordt er ook gesproken in kerken, want in Amerika worde de kerken nog al gebruikt om burgerlijke maatschappelijke zaken te bespreken. De omhaling duurt 8 dagen; 5000 mannen en vrouwen te samen verdeelen de stad in zooveel deelen als er personen op gang zijn, ’t is te zeggen 5000 omhalers en op 8 dagen is de stad doorkruist. Iedere gift wordt ingeschreven op de lijst. In het jaar 1922 hadden ze van af de eerste uur reeds 54 personen die inteekenden voor sommen van 1000 tot 25000 dollars en den tournee van den eersten halven dag sloot reeds met 250,000 dollars. Onder de inzamelaars zijn vele voorname personen, maar gansch het personeel werkt gratis, zonder vergoeding. Die er aan gegeven heeft krijgt nen herinneringsknop en ge moet niet vragen of ge daar vele van die knoppen op de frakken ziet. In Detroit hebt ge ook nog het Belgisch muziekgenootschap, Belgische danszaal, Belgisch kerkhof, enz. Wie er kop in heeft om Engelsch te leeren heeft in Detroit daartoe alle gelegenheid. Van half September tot April zijn scholen in gang en dit bijna kosteloos. Het zijn allen Amerikaansche juffers die er de lessen geven en zich alle moeite geven, om aan hunne leerlingen kennis te geven in de Engelsche taal. Al kende gij van het Engelsch slechts no en yes, ge moet niet bang zijn u naar de avondschool te begeven, want men treft daar menschen aan van 40 jaren en meer die vele jaren reeds in Amerika verblijven en nog bitter weinig Engelsch kennen. Ten andere, alle werkgevers moedigen hunne werklieden (uitlanders) aan er naar toe te gaan, wat beiden voordeelig is en hun zoodoende de gelegenheid te geven om de noodige begrippen van het Amerikanismus te vatten.

Californië. Dit is de streek of staat van 360 dagen zonneschijn per jaar, zegt men gewoonlijk Californië mag zekerlijk mededingen met de 47 andere staten van Noord-amerika, voor wat den vooruitgang op alle gebied aangaat. Onze jongens van Denderhautem in die streek, oefenen er bijna uitsluitend allen den stiel van landbouwer uit. Een groot aantal verblijven in het kanton Colton, Los Alamitos, alsook 50 mijlen ten zuiden van Los Angeles, Holtville, enz. De bijzonderste voortbrengselen zijn de beeten, de gerst, welke men veel zaait om te drogen voor hooi. Het geene men ’s morgens afmaait is ’s avonds reeds droog hooi, zoodanig kan het zonneken er blakeren. Californië ligt in het uiterste Westen, en vele Meksikanen komen er bij de boeren werken, want Meksiko grenst aan Californië. Regent het er driemaal in een jaar dat is straf, maar den dauw hangt tot 9 uren voormiddag op de vruchten. De appelsienenen groeien er weelderig en benevens de rijpe vruchten, ziet men op den appelsienboom reeds de jonge appelsientjes staan voor het toekomende jaar. Natuurlijk geeft zoo een boomgaard die in volle bloei staat met al die gele botten er op, een betooverenden blik aan de nieuw aankomenden. Ze worden geplukt wanneer ze nog geel zijn en rijpen voort al rustende in hunne bakken op reis naar den vreemde, waar ze dan rood als bloed te voorschijn komen. Californie is eene zeer bergachtige streek, en in de vruchtbare valeien daartusschen gelegen kan het toch zoo onbarmhartig heet zijn. Ook treft men er wel gedeelten van het land aan, waar wij als Europeanen het niet zouden uithouden van de hitte. ’t Is ook buiten de stad Angelos in Hollywood en omstreken dat men de groote onderrichtingscholen aantreft voor het bereiden der films voor de cinema. Op groote daartoe aangelegen pleinen, bosschen en waters worden al die waaghalzerijen, doodensprongen, couboysdrama’s enz. uitgevoerd, welk men de wereld door op het doek der cinema zal vertoonen. Naar Californie komen dan ook de rijke lieden uit de koude streken van Noord-Amerika hunnen winter doorbrengen en brengen veel beweging en verteer in de badsteden en pleziercenters van Californie, waar men kan aankomen uit Detroit, na eene reis van 4 ½ dagen en nachten per trein.

Britisch Columbie Dit is een der elf provinciën van Canada, bijgevolg staat het onder Engelsch beheer. Britisch Colombie beslaat eene oppervlakte van 227.302.400 akkers land (1 akker bedraagt een dagwand en 20 roeden) en 1.560.960 akkers meren of stille waters, maakt te samen eene oppervlakte van 228.863.360 akkers. Het heeft de grootte van 357.609 vierkante mijlen ; drie mijlen doen 5 kilometers. Het is gelegen aan de westergrens van Canada en paalt aan Alaska, eener allerkoudste streek welke weinig bewoond is. Britisch Colombie heeft een klimaat dat met het onze nog al overeenstemt, geene te strenge winters, maar wat meer regen dan in België. Onze Denderhautemsche jongens zitten meest in Vancouver en omstreken en zijn er werkzaam in de houtzagerijen die er talrijk zijn, want daar is men in de streek van de dikke cederboomen. Buiten de stad staat zoo een reus waar men aan het onderdeel zoo een soort van ark heeft uitgekapt, en langs die opening snoeren de auto’s door terwijl de boom voortgroeit. Ook nog verscheidene onzer jongens boeren er, maar die zitten gewoonlijk lager dan Vancouver, naar den staat Albertie toe. Vancouver, bekend om zijne houtzagerijen en groote vischhandel, is ook op zijn Amerikaansch op een 25tal jaren van groot dorp opgeklommen tot den rang van groote stad. ’t Is de verbindingshaven langs den Stillen Oceaan met het Oosten, waaruit volgt dat de Japaneezen in Britisch Colombie nog al talrijk zijn. In het algemeen echter is Canada dewelke in uitgestrektheid deze der Vereenigde Straten nog overtreft, maar zeer dun bewoond. Canada 10 milioen en de Vereenigde Staten 120 milioen zielen. Denderhautem is ook nog al vertegenwoordigd in de provincie Ontario (Canada). Daar is men in de gebuurte van Detroit en werkt men aan de tabak, ajuin en andere landbouwvruchten. Als ik zeg in de gebuurte, dan beteekent zulks in Amerika toch nog 2 tot 300 mijlen.

Algemeene beschouwingen. Dat er in eene kolonie van 4 à 5000 personen, na eenige jaren wat merkwaardige gebeurtenissen plaats grijpen spreekt van ‘ zelfs. In den wereldoorlog 1914-1918, voor Amerika was het 1917, Meimaand, tot 1918, wapenstilstand. Hewel, uit Denderhautem waren zoowat 25 jongens ingelijfd in de legers der Vereenigde Staten en Canada. Een deel daarvan zijn naar het front in Frankrijk en België gekomen, zelfs hebben verscheidene van hen in de Canadeese rangen rond Ieperen hun plicht vervuld. Eenigen onder hen zijn na den wapenstilstand naar Denderhautem gekomen op bezoek en na zich hier een levensgezellin te hebben uitgezocht, er mede overgevaren naar hun tweede vaderland. De groote meerderheid onzer Amerikanen die ginder eenige jaren verbleven hebben, kunnen zich hier zoo moeielijk vergenoegen met de Belgische toestanden en verkiezen den Amerikaanschen levenstrant. In zake van voeding, vrijheid, rechtserkenning, hier tegenover ginder, is er groot verschil. Als eenvoudige werkman, indien gij meent u te moeten beklagen over iets, stapt maar gerust in een groot bureel binnen, houdt uwe klak op uw hoofd, doet uwe reden uiteen, en men zal u aanhooren en u recht laten wedervaren, zonder dat gij een briefke mede hebt van den baron, den direkteur of andere dikke bazen. Vindt men u bekwaam, ge kunt tot alle ambten geraken, mits natuurlijk de inburgering bekomen te hebben, wat gemakkelijk gaat, en u te schikken naar ’s lands wetten. Men zal niet onderzoeken of gij vooruitloper zijt van deze of geene politieke partij. Uit Denderhautem naar Detroit kost heden zoo wat 1700 fr. te water en 5 à 600 fr. van New york tot  Detroit, 1 dag en twee nachten per trein, dus circa 2400 fr. Gaat ge nu bij Rufin De Winter (Stichelen) agent der Cunard Line; juffer G. Heyman Haeltert, agent der Canadian Pacific of M. Louis Van Oudenhove Ninove, van de White Star, de prijzen der overvaart verschillen nooit veel.   Om nu van het gevaar der overvaart te spreken, wat zoovelen doet huiveren, weze gezegd dat op al die jaren van trafiek, met al die vele reizen heen en weer van en naar Amerika, dat Denderhautem juist geteld, een enkel slachtoffer heeft te betreuren. Het was in den droeven rampvollen nacht van 14 April 1912, dat den drijvende paleis, den Titanic op zijne eerste reis van Cherbourg naar New-York, de prooi der golven is geworden, na eene geweldige botsing met een ijsberg. Die ijsbergen zijn in dezen tijd van ’t jaar nog al eens op wandel en wee hem die zulke gasten in den weg staan. Dus bij het vergaan van den Titanic waren 1600 menschenslevens verloren gegaan en daaronder had Denderhautem een zijner volkskinderen te betreuren namelijk Jozef Van De Velde-Bodar, die eene weduwe achterliet met vier kleine kinderen. Van De Velde bewoonde hier het bovendorp en was aan zijne derde overvaart. Ik denk nog wel eens weemoedig aan zoovele vrienden en kennissen, die in den schoot van den Amerikaanschen grond hunne eeuwige rust genieten, dezen ten gevolge van ziekten, genen verongelukt op het werk, in de fabrieken, enz, om dan na eene korte mijmering te denken: ’t is de gang van het gewone leven waar men zich ook moge bevinden. Van de wijk Dorp tel ik tot 47 personen die in Amerika opheden verblijven maar de grootste per cent wordt geleverd door den Dael, waar uit een huis de zes zonen weg zijn: de gebroeders Caigneau, waarvan de oudste Jozef als jongman ginder over eenige jaren gestorven is in Britisch Colombie. Nochtans hebben wij hier groote wijken zooals Terlinden en Leebeke, waar men zeer weinig uitwijkt, Vondelen en Eigenstraat leveren er zooveel te meer, alsook Dries. Tegenwoordig varen al dezen die vertrekken rechtstreeks naar Canada, om reden dat enkel deze met Amerikaansche inburgeringspapieren in de Ver. Staten binnenmogen. Men laat in de Staten maar 3 per honderd binnen van het getal Belgen die voor den oorlog inkwamen, en men spreekt nog om het op minder te brengen. Wie dus uit Canada zich laten binnen slibberen in de Staten, die riskeert hem dan iets. Indien men u ontdekt in de Staten, als binnen gekomen zonder toelating, zou men u seffens zonder complimenten terugsturen naar Canada. Het opvaren naar Amerika geschiedt meest in Maart en April (een twintigtal zijn hier in die twee maanden weer vertrokken) en den terugkeer in November en December. Tegenwoordig is er veel werk in Detroit; ’t gaat er goed, er wordt veel gebouwd. In 1924 is het er kiezing voor een nieuwen president en dan is er gewoonlijk krisis en slabak in de werken. Wie verlust is op duivensport kan er in Detroit genoeg aan meedoen, zoowel als hier, met dit verschil dat de prijzen ginder nooit lang duren, om reden van de altijd heldere klare lucht. Overtrokken weer is er veel zeldzamer dan hier. Eens dat men door den stat Illinois (hoofdstad Chicago) is, noemt men de verder gelegen staten het Westen. In het Westen is het volk nog wat ruwer van zeden, de gebouwen zijn er minder schoon dan in de staten die hier naar voren liggen, zooals New-York, Michigan, New-Jersey, Pennsylvanië, enz. Het Westen is ook zoo druk niet bewoond. Daar springt men nog wel eens op een rijdenden trein en worden verre reizen afgelegd zonder koepon. Daar is men in het land der cowboys, ’t is te zeggen mannen die te paard zittende, de bewaking hebben over die groote kudden hoornvee, die mijlen en mijlen ver in het malsche gras staan te grazen. Als de cowboys dan eens bijeengeraken in een town (dorp) en wat aangeschoten zijn van de whisky, houdt u dan als rustige burger wat op afstand, want bij het minste woord zouden ze u te lijve gaan met wat anders dan hunnen breedgeranden hoed.Welke gevolgen en indrukken een verblijf van onze jongens in Amerika medebrengt, kan men bij meest allen ontwaren. Zij hebben eenen kijk gedaan in de wereld en men kan het hen goed aanzien dat zij onder menschen hebben geleefd. Dat groot lawijt welke aan de Vlaming zoo eigen is, dat is verdwenen. Zij zijn eene meer zindelijk en net en kunnen doorgaans hun paart redeneeren op eene zachte wijze. Ze zijn eene vrije behandeling op het werk gewoon geworden en kunnen zich dan ook niet meer schikken in al de benijding en afgunst, die men helaas hier onder de werkmenschen nog veel tegenkomt. Ze kunnen hier ook niet meer smeeken, de mouw vegen van de werkbazen, daar ze gewoon zijn in volle vrijheid goed werk voor een goed loon te verruilen. Alhoewel ze zooals hooger gezegd, ernstiger en min luidruchtig zijn geworden, maken zij een keurkorps uit, bezield met een echt demokratischen geest, die zij uit het land van den dollar hebben overgebracht.